Capaciteitentests
Overzicht

Assessment oefenen - Taalkundig redeneren

Oefentest 1

Om het taalkundig redeneervermogen te meten wordt meestal een test met verbale analogieën afgenomen. Bij deze test is het de bedoeling dat de relatie tussen twee woorden, wordt toegepast op een andere set van twee woorden waarvan de het ontbrekende woord het juiste antwoord moet zijn.

Opgave 1 - Toon antwoord

Dik
Dun
Groot
?

Op de plek van het vraagteken hoort:

  1. Smal
  2. Licht
  3. Zwaar
  4. Klein
  5. Kort

Opgave 2 - Toon antwoord

Vogel
Kooi
Mens
?

Op de plek van het vraagteken hoort:

  1. Huis
  2. Gevangenis
  3. Kamer
  4. Handboeien
  5. Woning

Opgave 3 - Toon antwoord

Vrolijk
Lachen
Boos
?

Op de plek van het vraagteken hoort:

  1. Mopperen
  2. Huilen
  3. Woede
  4. Zeuren
  5. Schreeuwen

Opgave 4 - Toon antwoord

Metselen
Huis
Schillen
?

Op de plek van het vraagteken hoort:

  1. Aardappel
  2. Appeltaart
  3. Mes
  4. Schil
  5. Koken

Opgave 5 - Toon antwoord

Aversie
Hiaat
Afkeer
?

Op de plek van het vraagteken hoort:

  1. Discrepantie
  2. Antipathie
  3. Contrast
  4. Verschil
  5. Leemte