AoA Quarterly
Overzicht

LogicAoA - Oplossingen

In iedere AoA Quarterly een hersenkraker. Hieronder vindt u de opgaven en oplossingen.

Zomer 2019 - (Inzenden niet meer mogelijk)

Assessment Oefenen?
Veel kandidaten bereiden zich voor op cognitieve tests. Dat hoeft niet bezwaarlijk te zijn, tenzij je dankzij je voorbereiding denkt te weten wat de vraag is, zonder deze goed te lezen.
Een kandidaat kreeg een opgave, waarvan hij dacht te weten wat de vraag was. De reeks in de opgave liet zien dat bij 6 het cijfer 3 hoort. Bij 8 moet het 4 zijn. En bij 12 past 6. Zonder de toelichting op de vraag te lezen koos de kandidaat voor antwoord 7, toen gevraagd werd welk cijfer bij 14 hoort.
In de toelichting stond simpelweg: het antwoord is NIET 7.
WAT HAD DE KANDIDAAT MOETEN ANTWOORDEN? EN WAAROM?

Er zijn meerdere antwoorden goed:

1. NIET 7
2. 8 (aantal letters van het getal waar het bijhoort)
3. 9 (1e reeks alternerend 2 of 4 optellen, dus: 6 (+2) = 8 (+4) = 12 (+2) = 14
2e reeks steeds 1 meer optellen, dus: 3 (+1) = 4 (+2) = 6 (+3) = 9)
4. 28 >
6 - 3
8 - 4
12 - 6
.. - 14

Lente 2019 - (Inzenden niet meer mogelijk)

Small data
Twee psychologen vragen een kandidaat wanneer hij jarig is. De kandidaat ziet dit als een kans om de rollen om te draaien en de psychologen te testen. Hij geeft tien mogelijke data.
5 januari
6 januari
9 januari
7 februari
8 februari
4 maart
6 maart
4 april
5 april
7 april

De kandidaat vertelt psycholoog A in welke maand hij jarig is. Tegen psycholoog B vertelt hij de dag. Waarop psycholoog A tegen zijn collega zegt: "Hmm, ik weet het niet, maar jij ook niet." Psycholoog B denkt na en besluit: "Ik wist het eerst niet. Maar nu weet ik het wel!" Psycholoog A grijnst: "Dan weet ik het nu ook."
WANNEER IS DE KANDIDAAT JARIG?

Oplossing: De kandidaat is jarig op 6 maart

Psycholoog A weet alleen de maand. Toch weet hij zeker dat B het niet kan weten. Dat kan alleen als A weet dat het géén maand is met de unieke dagen 8 en 9, want dan zou B het direct weten. De maanden januari en februari vallen dus af. B volgt dezelfde logica en weet nu ook dat die maanden afvallen. De 4e zal het niet zijn, want die komt in beide overgebleven maanden nog voor, dus dan zou B het nog niet weten. Het moet 5 april, 6 maart of 7 april zijn. A weet welke maand het is en zegt het nu ook te weten. Dat kan alleen als er nog een mogelijke dag in die maand als optie overgebleven is. In april zitten nog twee opties, dus moet het wel maart zijn.

Herfst 2018 - (Inzenden niet meer mogelijk)

Twee assessmentpsychologen doen een voorspelling over drie kandidaten die een capaciteitentest gaan maken. Psycholoog 1 voorspelt dat kandidaat Marlies het beste zal scoren, gevolgd door kandidaat Marloes. Psycholoog 2 voorspelt dat kandidaat Marlien de hoogste score zal halen en dat Marlies de tweede score neer zal zetten. Beide psychologen blijken één foute en één goede voorspelling gedaan te hebben.
WAT WAS DE UITSLAG VAN DE DE DRIE KANDIDATEN?

1. Marlien
2. Marloes
3. Marlies

Zomer 2018 - (Inzenden niet meer mogelijk)

Een assessmentpsycholoog krijgt de opdracht om alle werknemers van een familiebedrijf te assessen. Het betreft een grootvader, een grootmoeder, twee vaders, twee moeders, vier kinderen, drie kleinkinderen, een broer, twee zussen, twee dochters, twee zonen, een schoonmoeder, een schoondochter en een schoonvader.
HOEVEEL ASSESSMENTS MOET DE PSYCHOLOOG MINIMAAL AFNEMEN?

Oplossing: 7 assessments.
De grootvader (1) en grootmoeder (2) zijn vader en moeder van een zoon/kind (3) en schoonvader en schoonmoeder van hun schoondochter (4). Die twee zijn op hun beurt de vader en moeder van drie (klein)kinderen, een zoon en broer (5) en twee dochters/zussen (6 en 7).

Lente 2018 - (Inzenden niet meer mogelijk)

Een assessmentpsycholoog heeft drie groepen kandidaten tegenover zich. De groepen zijn getest. Eén groep bevat geschikte kandidaten. Eén groep bevat ongeschikte kandidaten en in de derde groep zitten zowel geschikte als ongeschikte kandidaten. Bij iedere groep is een van de volgende bordjes geplaatst. 'Geschikt', 'Ongeschikt', 'Geschikt en ongeschikt'. Geen van de bordjes staat goed.
HOE KAN DE PSYCHOLOOG DOOR SLECHTS 1 KANDIDAAT TE TESTEN, BEPALEN WELK BORDJE BIJ WELKE GROEP HOORT?

Oplossing: De psycholoog test één kandidaat uit de groep 'Geschikt en ongeschikt'. Als de kandidaat geschikt is, hoort het bordje 'Geschikt' bij deze groep. Immers, het juiste bordje is 'Geschikt en ongeschikt' óf 'Geschikt. 'Geschikt en ongeschikt' is het niet, want dat stond er aan het begin bij en we weten dat geen van de bordjes op de juiste plek stond. Bij het bordje 'Geschikt' hebben we de keuze uit 'Geschikt en ongeschikt' of het bordje 'Ongeschikt'. Als we hier 'Geschikt en ongeschikt' bijzetten, zou dat betekenen dat het bordje 'Ongeschikt' goed stond. Dat kan niet, dus moeten we bij deze groep het bordje 'Ongeschikt' plaatsen.
De laatste groep krijgt het bordje 'Geschikt en ongeschikt' toegewezen. Als de psycholoog de kandidaat ongeschikt had gevonden, bleek de groep 'Geschikt en ongeschikt' de groep van ongeschikten te zijn. Redenering is verder hetzelfde.

Winter 2018 - (Inzenden niet meer mogelijk)

Deelnemers van assessments liegen doorlopend. Deze kandidaat liegt altijd, met uitzondering van een specifieke dag in de week. Hij is drie opeenvolgende dagen geïnterviewd en deed de volgende uitspraken:
Dag 1: "Op dinsdag en woensdag vertel ik de waarheid niet."
Dag 2: "Het is vandaag vrijdag of zondag. Het kan ook maandag zijn."
Dag 3: "Donderdag lieg ik. Zaterdag trouwens ook."
OP WELKE DAG LIEGT DEZE KANDIDAAT NIET?

Oplossing: woensdag